Home
Zweethondenlijst
De Zweethond
De Geleider
Het Nazoekteam
Aanmelden
Opleiding
De Automobilist
De Faunabeheerder
Gedragscode
Letsel herkenning
Historie
Organisatie
Actueel
Reageren
Inloggen


In samenwerking met:

 
   

DE ZWEETHONDENGELEIDER

Zweetwerk ten dienste van de natuur en het wild

Zweetwerk neemt de laatste jaren aan populariteit toe. Steeds meer mensen lijkt het leuk om zelf met hun hond zweetwerk te doen. Maar het echte zweetwerk betekent veel meer dan alleen met mooi weer achter de hond aan wandelen. Want een gewond dier probeert zo ver mogelijk weg te kruipen, in het liefst zo dicht mogelijke bospercelen. Zweetwerk betekent ook met regen of sneeuw, soms urenlang door kletsnatte zeer dichte dekkingspercelen achter de hond aan gaan. Geheel doorweekt, kruipend of worstelend ondoordringbare braamstruwelen trotseren. Het lichaam daarbij bezweet en oververhit, door de noodzakelijke beschermende kleding. Met het gezicht vol met schrammen en de nek vol met dennennaalden gaat het door aan de lange lijn, die telkens weer verstrikt raakt. Een ijzeren conditie en een enorm doorzettingsvermogen is nodig om ook bij weer en wind bij het gezochte dier te komen. Een ontmoeting die niet ongevaarlijk kan zijn.
Als het gezochte dier wegvlucht wordt de hond geslipt, die vervolgens de achtervolging inzet. Op dat moment breken onzekere minuten aan, die soms uren kunnen worden. Want het risico is niet ondenkbeeldig dat de hond gewond raakt tijdens het stellen van het gezochte dier of tijdens de hetze een verkeersweg oversteekt met alle risico's van dien.
Waar dient een goede zweethondengeleider aan te voldoen?
Zweetwerk is specialistenwerk. Zweethondengeleider bij de SZN wordt je daarom niet zomaar. Behalve een grondige kennis van en ervaring met (jacht)honden is het essentieel dat de geleider met het nodige gevoel met zijn hond(en) omgaat. Daarnaast dient hij/ zij veel en kennis te hebben van het gedrag en de leefwijze van grofwild. Voldoende praktijkervaring is daarbij een absolute noodzaak. Een goede zweethondengeleider is bereid om veel dingen opzij te zetten. Veel tijd is nodig voor de opleiding van de zweethond. Op veelal de onmogelijkste tijdstippen wordt er een beroep gedaan om een team. Alleen bij voldoende nazoeken lukt het om uit te groeien tot een gespecialiseerd nazoekteam. Het aantal nazoeken wat uitgevoerd wordt is gelukkig beperkt. De SZN streeft naar een evenwichtige landelijke dekking van de nazoekteams. Hierbij wordt gekeken naar de geografische bezetting en de hoeveelheid nazoeken die uitgevoerd worden. Een nazoekteam dient voldoende aanbod te kunnen krijgen om haar kwaliteit te kunnen verbeteren en/of behouden.

NORMERING ZWEETHONDENGELEIDER
Zweetwerk vereist nogal de nodige kennis en ervaring van de geleider. Belangrijk is, dat indien er een beroep wordt gedaan op een nazoekteam, er ook voldoende kwaliteit in huis is om de nazoek tot een goed einde te brengen. Het is belangrijk dat deze kwaliteit niet alleen bestaat uit een goed verhaal, maar ook aantoonbaar is. Aan de zweethondengeleider van de zweethondenlijst worden daarom een aantal toelatingseisen gesteld.

Algemene toelatingseisen
Iedere zweethondengeleider wordt door de SZN vooraf individueel getoetst, alvorens hij/ zij wordt toegelaten op de SZN-zweethondenlijst. Iedere (potentiŽle) deelnemer dient te beschikken over:
  • Minimaal 3 jaar aantoonbare ervaring met natuurnazoeken.
  • Minimaal 5 jaar aantoonbare ervaring met de praktijk van het grofwildbeheer.
  • Het Diploma Grofwildbeheer van de IPC Groene Ruimte, of indien uitsluitend op reeŽn wordt nagezocht de Cursus Reewildbeheer van Vereniging Het Reewild.
  • Een goede lichamelijke conditie.
  • Voldoende beschikbare tijd.
Jachtakte
De zweethondengeleider dient in bezit te zijn van een geldige Nederlandse Jachtakte. Op deze jachtakte dient een kogelgeweer vermeld te staan dat voldoet aan de wettelijke eisen voor het doden van grofwild.
Letsel herkenning
De zweethondengeleider dient in het bezit te zijn van een geldig certificaat "Letsel herkenning" uitgegeven door de SZN.
Examen normering.
Certificaat "Letsel herkenning" uitgegeven door de SZN.

Doel is: Een prognose geven van de te verwachten nazoek.

Aan de hand hiervan dient de zweethondengeleider een juiste beoordeling te geven over hetgeen hij/zij heeft aangetroffen en een juiste uitspraak te doen of de nazoek realiseerbaar is voor dit team.

De zweethondengeleider dient uit 3 groepsonderdelen, die ieder afzonderlijk weer uit 2 onderdelen bestaan, minimaal 4 juiste uitspraken te doen.

De 3 groepsonderdelen zijn:

  1. Letselplaats met botdelen en/of ingewanden materiaal.
  2. Letselplaats met "huid en/of haar".
  3. Prenten van diverse soorten grofwild.
De zweethondengeleider dient een juiste uitspraak doen met betrekking tot het gewonde stuk grofwild (soort, leeftijd en grote) en over de aard van de verwonding.
Mogelijke situaties zijn:
  • loper verwonding
  • krell verwonding
  • long verwonding
  • lever verwonding
  • pens/maag verwonding
  • darm verwonding
  • kaak verwonding
zie hiervoor ook "Letsel herkenning" in de linker kolom